Hardloopschema 15 km: van 10 km naar 15 km in 10 weken
Kun je 10 kilometer comfortabel hardlopen, dan is 15 kilometer vooral een kwestie van duurvermogen uitbreiden zonder van iedere training een lange training te maken. In dit 10-weken schema train je drie keer per week: één rustige run, één gecontroleerde kwaliteitsprikkel en één langere duurloop.
De lange duurloop groeit richting 14 kilometer. Je hoeft de volledige 15 kilometer dus niet vooraf al in training af te vinken. Op langere trainingsdagen wordt ook je praktische voorbereiding belangrijker; als je zelf drinken meeneemt, kies dan een sportfles die bij je route en benodigde inhoud past.
Bouw in 10 weken van een stabiele 10 km-basis naar 15 km met drie looptrainingen per week. Houd het grootste deel rustig, laat de lange duurloop geleidelijk groeien en gebruik één sessie per week voor tempo of interval.
Van 10 km comfortabel naar 15 km beheerst.
10 km rustig kunnen lopen en normaal herstellen.
10 weken met twee lichtere weken.
3 looptrainingen; kracht kan aanvullend.
Meeste kilometers rustig, één kwaliteitsprikkel.
Elke week tegelijk sneller én verder willen.
Is 10 km comfortabel genoeg om naar 15 km door te bouwen?
De afstand past goed wanneer 10 kilometer geen maximale test meer is. Je hoeft geen snelle 10 km te lopen; belangrijker is dat je die afstand beheerst kunt afmaken en binnen een normale hersteltijd weer kunt trainen.
Welke training geeft de meeste extra afstandsprikkel?
Je loopt 10 km rustig, traint al enkele weken twee tot drie keer per week en hebt geen oplopende pijnklachten.
Je 10 km voelt als een wedstrijd en kost meerdere dagen uitzonderlijk herstel.
Herstel eerst je normale weekritme voordat je de lange duurloop verlengt.
Dan heb je meer aan een schema voor snelheid of een volgend afstandsdoel.
De extra vijf kilometer vraagt vooral meer tijd op de benen. Laat vooral de lange duurloop groeien en houd de overige trainingen doelgericht. De rustige run blijft relatief compact, de kwaliteitsprikkel blijft gecontroleerd en de lange duurloop draagt het grootste deel van de afstandsopbouw.
Herhaalbaar praattempo. Deze training houdt je weekvolume op peil zonder extra prestatiedruk.
Tempo- of intervalblokken verbeteren je vermogen om een steviger ritme gecontroleerd vol te houden.
Deze run draagt het grootste deel van de afstandsopbouw. Houd hem rustiger dan wedstrijdtempo en lang genoeg om duur, materiaal en drinken te testen.
Een bewuste terugstap voorkomt dat de opbouw tien weken lang alleen omhoog gaat.
Loop zowel de rustige duurloop als de lange duurloop rustig genoeg om te kunnen praten. Bij de kwaliteitstraining betekent stevig ongeveer 6–7/10 inspanning en vlot ongeveer 7/10: duidelijk sneller dan rustig, maar niet sprinten. Warm voor kwaliteit eerst 10–15 minuten rustig op.
| Week | Rustig | Kwaliteit | Lange duurloop |
|---|---|---|---|
| 1 | 6 km rustig | 6 × 3 min vlot / 2 min rustig | 10 km rustig |
| 2 | 6 km rustig | 3 × 8 min stevig / 3 min rustig | 11 km rustig |
| 3 | 7 km rustig | 8 × 2 min vlot / 2 min rustig | 12 km rustig |
| 4 | 5 km rustig | 20 min gelijkmatig stevig binnen 6 km | 9 km rustig |
| 5 | 7 km rustig | 4 × 6 min stevig / 3 min rustig | 12,5 km rustig |
| 6 | 7 km rustig | 25 min tempoblok binnen 8 km totaal | 13 km rustig |
| 7 | 8 km rustig | 5 × 5 min vlot / 2 min rustig | 14 km rustig |
| 8 | 6 km rustig | 6 × 3 min vlot / 2 min rustig | 11 km rustig |
| 9 | 7 km rustig | 30 min gecontroleerd stevig binnen 9 km | 14 km rustig |
| 10 | 5 km rustig | 4 × 2 min vlot / 2 min rustig, kort houden | 15 km op beheerst tempo |
Een schema is geen contract. Voelt een week nog niet verwerkt, herhaal dan de belasting of maak de lange duurloop korter. Eén extra rustige week is zinvoller dan een gedwongen sprong in afstand.
Hoe groeit de lange duurloop in een 10-weken 15 km-schema?
| Training | Gevoel | Praattest |
|---|---|---|
| rustig / lange duurloop | 3–4/10 | Normale korte zinnen |
| Stevig tempo | 6–7/10 | Korte zinnen, duidelijk geconcentreerd |
| Vlotte intervallen | 7/10 | Praten beperkt, vorm blijft gecontroleerd |
| 15 km-poging | Start 5–6/10 | Eerste deel bewust terughoudend |
Is 10 km nog niet ontspannen genoeg, verstevig eerst je basis met het 10 km-schema voordat je richting 15 km gaat. Is de afstand al comfortabel maar wil je vooral tempo winnen, werk dan gericht aan een snellere 10 km.
Wanneer houd je een week gelijk of zet je een stap terug?
- Mis je één rustige run: laat hem vervallen en pak je normale schema weer op.
- Mis je de kwaliteitsdag: schuif alleen als er daarna nog voldoende ruimte voor herstel blijft.
- Mis je de lange duurloop: prop hem niet vlak voor de volgende zware sessie; herhaal desnoods de week.
- Ben je ziek geweest: hervat pas wanneer normaal bewegen weer goed voelt en bouw minstens één stap rustiger in.
Voor veel lopers duren de langste trainingen in dit schema langer dan een uur. Gebruik die trainingen ook om je routine te testen: wanneer drink je, wat verdraagt je maag en welke spullen wil je bereikbaar hebben?
Week 10 is geen moment om conditie in te halen. Houd de rustige run echt rustig, maak de vlotte blokken kort en kom met normale benen aan de start. Eet, drink en slaap zoals je dat in de voorbereiding al hebt getest.
Pacingtip: start de eerste 2–3 kilometer iets behoudender dan je gevoel je ingeeft. Een te snelle eerste vijf minuten kan de rest van een 15 km onnodig zwaar maken.
Worden de duurlopen lang genoeg dat drinken onderweg meespeelt, bepaal dan vooraf of water of sportdrank bij die sessie past.
Maak je drinkplan praktisch
Kies 536, 710 of 946 ml op duur, warmte en bijvullen.







